Zoek op onze site:
Alle projecten
Fotoreportages
Poëziewedstrijd
Vredestroubadour

Volg VOS op Youtube!

 

BHV is onverwijld niet gesplitst
En zo is het onwaarschijnlijke weer eens geschied. Er komen nieuwe verkiezingen, ook al is het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde niet gesplitst. Onwaarschijnlijk? Is het, bij nader toezien, toch niet beter te stellen dat het waarschijnlijke weer eens gebeurd is?
Elke VOS zal het zich nog herinneren alsof het gisteren was. Na de laatste federale verkiezingen van 2007 werd in het parlement een wetsvoorstel ingediend tot splitsing van het omstreden kiesarrondissement BHV. Dat gebeurde niet door een zogenaamd Vlaams-extremistisch heethoofd of dito partij, maar door de eerbiedwaardige CD&V. En dat niet door een Vlaamse vendeljongen uit de achterste gelederen van die partij maar door de nog meer eerbiedwaardige Herman van Rompuy. Om duidelijk te maken dat het hem ernst was diende de man, intussen gepromoveerd tot president van Europa, zijn voorstel niet in haikuvorm maar in voor iedereen verstaanbaar Nederlands in.

Eigenlijk was het een wonder dat het voorstel van Van Rompuy in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken goedgekeurd werd. Alle Franstalige parlementariërs wezen in deze commissie het voorstel af, maar alle Vlaamse leden, zowel van meerderheid als van oppositie, keurden de splitsing volmondig goed. BHV, werd er gezegd, zou onverwijld gesplitst worden. En dit, merkwaardig maar belangrijk detail, zonder er een prijs voor te betalen. Voorlopig was het goedgekeurde voorstel alleen maar een stok achter de deur. De Vlaamse meerderheidspartijen bleven herhalen dat ze de voorkeur gaven aan een zogenaamde onderhandelde splitsing van BHV, dus een splitsing waaraan ook de Franstalige kamerleden hun fiat konden verlenen. Maar dat moest dan wel, aldus de Vlaamse meerderheid, ras gebeuren. Gingen de francofonen niet in op dit bod, dan zou het in commissie goedgekeurde voorstel op de agenda van de voltallige kamer gezet worden en zou BHV eenzijdig gesplitst worden.

Een man een woord, zegt het spreekwoord. Maar dat geldt duidelijk niet voor de politiek. Dus moet het heten: een man een woord, de politiek een vat vol leugens. Want volgende maand zijn er verkiezingen en BHV is onverwijld niet gesplitst. Waar zijn nu de CD&V-ers die ons voorhielden dat er geen verkiezingen meer konden komen als BHV niet gesplitst was? In keurig Nederlands betekent iemand iets diets maken niet dat je iemand iets duidelijk maakt, maar dat je hem iets op de mouw speldt, hem om de tuin leidt. Welnu zij die geroepen hebben dat er geen verkiezingen meer konden komen hebben ons duidelijk iets diets gemaakt. Opzettelijk of omdat ze niet beter wisten? Dat is een ander verhaal.

Als je het cynisch bekijkt dan kan je zeggen dat de onverwijlde niet-splitsing van BHV voor de Vlaamse gemeenschap toch één voordeel heeft opgeleverd. We hebben voor deze niet-splitsing in elk geval geen prijs moeten betalen. Normaal gesproken is het natuurlijk een absurde idee dat je een prijs zou moeten betalen voor iets wat je niet bekomt. Maar in dit vreemde land, dat eigenlijk geen land is, was ook dit zowaar bijna gebeurd. Na de val van het kabinet schoven Vlaamse journalisten, of wat daar voor moet doorgaan, de zwarte piet prompt in de schoenen van Alexander de Croo, de spelbederver die het bestaan van de regering roekeloos op het spel had gezet en die dus het boetekleed moest aantrekken. Wacht maar, voorspelden de Vlaamse journalisten, wie een regering om communautaire redenen doet vallen krijgt een pak rammel bij de daaropvolgende verkiezingen.

Waarom is de regering eigenlijk gevallen? Omdat de kleine van De Croo het ineens op de heupen gekregen had? Onzin! De Vlaamse meerderheidspartijen hadden al veel eerder het licht in de Wetstraat 16 moeten doven. Het was immers al veel eerder duidelijk dat er met de Franstalige partijen geen land meer te bezeilen is. Voor de niet-splitsing van BHV heeft Vlaanderen inderdaad geen prijs betaald. Maar uit deze vaststelling mag je niet afleiden dat de Vlaamse meerderheidspartijen, en ook de Groenen, niet bereid waren diep in de Vlaamse beurs te tasten.  Als oprechte katholieken zullen de CD&V-ers in elk geval bij de kiezers te biechten moeten gaan met de rouwmoedige bekentenis dat zij, althans in gedachten, diep gezondigd hebben.

Het gesprek over BHV is niet mislukt omdat De Croo uit was op een stunt. En evenmin omdat halsstarrige Vlamingen weigerden een prijs te betalen voor de splitsing. Er lag wel degelijk een Vlaams bod op tafel, aangereikt door de Koninklijke veilingmeester Jean-Luc Dehaene. En tussen haakjes gezegd: gelukkig is het zaakje geflopt, want het stonk behoorlijk en het zou ons later nog zuur opbreken. Zoals de faciliteiten die we in 1962-1963 in een aantal Vlaamse gemeenten aan Franstaligen hebben verleend, ons nu zuur opbreken. De simpele waarheid is dat de onderhandelingen over de splitsing van BHV niet mislukt zijn omdat de Vlamingen geen prijs wilden betalen. Dat wilden de Vlaamse onderhandelaars duidelijk wél. De zaak is afgesprongen omdat het voor de Franstalige onderhandelaars  andermaal niet genoeg was. Wat de Vlaamse (sic) journalisten ook mogen beweren, dit en niets anders is de oorzaak van de val van de regering, dit en niets anders is de kern van het Belgische verhaal.

Maar dit is ook het begin van het definitieve einde van dit verhaal. De francofonen zijn ruim 130 jaar lang heer en meester geweest in dit land. Alhoewel ze demografisch gezien een minderheid waren, hadden ze het politiek, financieel, economisch en ook cultureel voor het zeggen in dit land. Pas na de Tweede Wereldoorlog konden de Vlamingen zich ontvoogden. De francofone voogdij is evenwel gebleven. Via grendelgrondwetten, gebetonneerde faciliteiten voor een Franstalige minderheid in Vlaamse faciliteitengemeenten, dubbele meerderheden in het parlement, belangenconflicten en alarmbelprocedures blokkeren de Franstalige politieke partijen keer op keer de politieke besluitvorming.

In De Standaard, meer en meer de in het Nederlands vertaalde uitgave van Le Soir, heeft de geleerde professor Luc Huyse 2 volle pagina’s nodig om de vloer aan te vegen met die Vlamingen die ijveren voor de terugkeer naar de zuivere politieke spelregels waarbij een meerderheid meerderheid, en een minderheid minderheid is. Fout, berispt Huyse ons. Een strikte definitie van de meerderheidsregel is alleen verantwoord in landen met een tweepartijenstelsel. Dat betekent dus dat de democratische meerderheidsregel alleen geldig is in Groot-Brittannië en de VS. Wat dan met Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, Nederland, de Scandinavische landen? En de rest van Europa? Huyse gaat hier niet op in, maar hij stelt wel vast dat er samenlevingen (sic) zijn waar meerderheid  en minderheid op demografische, etnische of religieuze gronden rusten. Vaak zitten de numerieke verhoudingen muurvast en dan is de harde meerderheidsregel onbruikbaar als democratisch instrument. Dus moet er gewerkt worden met technieken  die tot een concensus en een regeren met wederzijdse toestemming moeten leiden.

Alles goed en wel, maar wat er moet gebeuren als er geen consensus tot stand komt en regeren met wederzijdse toestemming onmogelijk is, zegt Huyse niet. Moet de meerderheid zich, zoals dat in dit land het geval is, altijd op de kop laten zitten door de minderheid? Wordt minderheid meerderheid? Pas op het einde van zijn verhaal zegt Huyse dat zijn consensusmodel alleen werkt als de minderheid niet roekeloos omgaat met de mogelijkheden die het regeren met wederzijdse toestemming haar bezorgt. Om er zich vanaf te maken met de vaststelling dat electorale overwegingen Franstalig België de weg van het oneigenlijk gebruik van het vetorecht hebben opgestuurd. Dat is, zo Huyse, een gevaarlijke ontwikkeling. Maar verder blijkt hij het ook niet te weten.
 
Probeert Huyse hier de Vlaamse beweging en Vlaamse politici een complex aan te praten? De Vlamingen hebben keer op keer naar een consensus gestreefd, zij zijn altijd bereid geweest water bij de Vlaamse wijn - vaak te veel water - te doen. Keer op keer hebben de Vlamingen gegeven en toegegeven.  Maar het is helaas nooit genoeg. Francofone Brusselaars hebben het feit dat de Vlaamse regering 3 burgemeesters niet benoemd heeft wegens incivisme vergeleken met toestanden uit het onzalige nazi-regime. Maar eigenlijk zijn het de francofonen in dit land die zich gedragen zoals de Pruisen zich eeuwenlang in Oost-Europa gedragen hebben. Overal waar Pruisen zich vestigden moest Duits de voertaal worden. Er moesten Duitse scholen komen, Duits moest de voertaal worden, de oorspronkelijke meerderheid werd tot minderheid gedegradeerd. Dit alles speelt zich in het jaar 2010 nog altijd af. De plaats van de misdaad is niet meer Oost-Europa maar Vlaams-Brabant, de daders zijn niet meer de Pruisen van weleer maar de Pruisische francofonen van nu.

Is een consensus nog mogelijk?  Brengen verkiezingen soelaas? Vergeet het maar. Joëlle Milquet, madame non, heeft al gezegd dat er na de verkiezingen snel een sociaal-economische noodregering moet komen terwijl de communautaire aangelegenheden (sic) naar een aparte werkgroep moeten gaan, lees andermaal op de lange baan geschoven. En dat wordt dan voer voor de consensusspecialist Huyse.


Jan Veestraeten

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in De Vos van mei 2010
Verbond VOS v.z.w.
Vlaamse
Vredesvereniging

Hemelstraat 25/29
2018 Antwerpen

Tel: 03/213.35.85
Fax: 03/213.35.86
email:
info@vosnet.org

Geef uw gebruikersnaam en wachtwoord in:
Paswoord vergeten?